Wanneer je over breimachines leest, kom je vaak de term naaldafstand tegen. Dit is de afstand tussen twee naalden op het breibed, meestal uitgedrukt in millimeter.

Die afstand bepaalt vooral welk soort garen je op een machine kan gebruiken.

In grote lijnen geldt:

  • 3,6 mm – superfijnbreier, voor zeer dun garen
  • 4,5 mm – fijnbreimachine (standard gauge), geschikt voor dunner garen
  • 5 mm – fijnbreimachine (standard gauge), iets ruimer, vaak iets toleranter voor verschillende garens
  • 6,5 mm – tussenbreier (mid-gauge), geschikt voor veel handbreigaren
  • 9 mm – grofbrei machine (bulky), voor dik garen

Hoe groter de afstand tussen de naalden, hoe dikker het garen kan zijn dat je comfortabel kan breien.

Maar in de praktijk speelt meer mee dan alleen die afstand. Ook het ontwerp van de machine, de spanning van het breiwerk en het type garen maken een verschil. Daarom kan het gebeuren dat een garen op de ene machine probleemloos breit, terwijl een andere machine met dezelfde naaldafstand er moeite mee heeft.

Dat merk ik bijvoorbeeld zelf met mijn machines: sommige garens die mijn Brother moeilijk vindt, breit mijn Phildar zonder problemen.

Daarom is experimenteren vaak de beste manier om te ontdekken welk garen het prettigst werkt op welke machine.

Door admin

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *