Door de jaren heen heb ik verschillende breimachines verzameld. Sommige kocht ik uit nieuwsgierigheid, andere omdat ze bepaalde technieken mogelijk maken die op een andere machine moeilijker zijn. Sommige kwamen en gingen weer, andere zijn gebleven omdat ze perfect passen bij wat ik graag brei.

Elke machine heeft zijn eigen karakter en mogelijkheden, en vaak gebruik ik ze door elkaar voor heel verschillende projecten. In dit artikel geef ik een overzicht van de machines die ik momenteel bezit en gebruik. Het is geen technische vergelijking, maar eerder een blik op waarvoor ik elke machine gebruik en waarom ik ze graag heb.


Brother KH930 + KR850

De Brother KH930 is een elektronische fijnbreimachine met een naaldafstand van 4,5 mm. Samen met het KR850 onderbed kan ik er ook boorden, rondbreiwerk en dubbelbed-technieken mee maken.

Deze machine staat bij mij standaard opgesteld zonder onderbed. Ik gebruik ze vooral wanneer ik:

  • enkelbeds wil breien
  • fijnere garens wil breien
  • enkelbeds patronen wil breien
  • bredere patronen wil breien (door het elektronisch programmeren ben ik niet beperkt in de breedte)

Phildar D115

(ook bekend als Singer Memo II, Superba S47 en White 1502)

De Phildar D115 behoort tot de familie van machines die ook verkocht werden als Singer Memo II, Superba S47 en White 1502. De onderdelen en accessoires kunnen onderling door elkaar gebruikt worden. De naaldafstand is 5 mm.

Op dit moment heeft deze machine mijn voorkeur.

Het is een interessante machine omdat ze een echte dubbelbedmachine is en de instellingen van beide sledes identiek zijn.

Ik gebruik deze machine dan ook vooral bij dubbelbedbreien en dubbelbedtechnieken.

Wat deze machine zo leuk maakt, is dat ik bij zowel enkelbeds als dubbelbeds breien geen gedoe heb bij het wisselen van sledes. Ook ondervind ik geen problemen met de eindsteken die bij mijn Brother dubbelbed al eens durven te vallen.

Een ander voordeel is dat deze machine ook met iets dikker garen overweg kan. Waar mijn Brother bijvoorbeeld moeite heeft met Babysoft van Zeeman (50 g = 199 m), breit deze machine dat zonder problemen en heb ik zelfs nog enkele cijfers overschot op mijn steekgrootteknop.

Ondanks dat het er een vrij eenvoudige machine uitziet, kan ze behoorlijk veel. Ik vind het ook geen moeilijke machine om te begrijpen. De knoppen spreken grotendeels voor zich.

Mijn machine heeft een werkende programmeerbare pressure pad, wat patroonbreien vergemakkelijkt. Maar zelfs zonder deze eigenschap blijft het een oerdegelijke fijne machine.

Leuke bijkomstigheid is dat je deze machines nog voor een mooie prijs kan vinden. Nadeel is dat onderdelen en accessoires minder gemakkelijk te verkrijgen zijn.


Knittax M2

Mijn Knittax M2 behoort tot de oudere generatie breimachines. Ik beschik over een enkelbed. Het is een lichtgewicht machine zonder veel toeters en bellen en dus gemakkelijk te verplaatsen, mee te nemen en op te stellen.

De naaldafstand is 5 mm (maar net iets anders dan die van de Phildar en de Passap).

Het werken ermee is ook een beetje anders dan met mijn Brother of Phildar. De machine heeft geen opzetkam of gewichten: het breiwerk wordt dus niet uitgerekt door gewichten.

Ze heeft ook geen garenmast; je legt de draad steeds handmatig over de naalden.

En net die twee eigenschappen maken deze machine zo fantastisch.

Enkelbeds gestreepte sokken? Zo klaar. Bij het verwisselen van kleur is er geen gedoe met het inrijgen van een andere kleur en bij verkorte toeren heb je geen gedoe met het correct verdelen van gewichten.

Ik gebruik deze machine dus vooral voor strepen breien en intarsia, of wanneer ik ergens heen ga en toch over een breimachine wil beschikken.

De machine kan ook de gebruikelijke tuck- en slipsteken breien. Ze komt bovendien met een selectiekam die je zelf kan instellen, wat een handig hulpmiddel is bij het selecteren tijdens het patroonbreien.


Passap Duomatic en E6000

De Passap is een klassieke Zwitserse dubbelbedmachine.

De naaldafstand is 5 mm en de selectiekammen, sokkenkammen en hulpnaalden zijn onderling wisselbaar met die van de Phildar-machine.

Voor breiwerk zou Passap het neusje van de zalm zijn, en daarom heb ik deze ook aan mijn collectie toegevoegd. Ze staan bekend om hun steilere leercurve, en dat klopt ook. Je moet met meer zaken rekening houden dan bij andere machines.

Standaard is er een kleurenwisselaar aanwezig en de machine verwisselt de kleuren heel eenvoudig automatisch, wat ik een aangename verrassing vond.

Passap-machines werken volgens een totaal ander principe dan andere breimachines. De naalden werken in combinatie met naaldgidsen.

Ze werken zonder opzetkammen of gewichten. Geen gewichten meer op mijn voeten, geen gepriegel meer om een opzetkam tussen de bedden te manoeuvreren, en geen gewichten die constant omhoog moeten bij verkorte toeren. Zalig!

Maar daar staat tegenover dat je met andere dingen rekening moet houden:
zijn de juiste afstrijkers geplaatst? Wat moet er gebeuren in de volgende rij en staan de knoppen daarvoor goed ingesteld op zowel boven- als onderbed? Waarvoor stond die letter ook alweer? Moet ik naaldgidsen selecteren of niet?

Uiteindelijk valt de moeilijkheidsgraad, eens je je erin verdiept, best mee. En ze breien fantastisch. Ik snap wel waarom ze zeggen dat Passap het neusje van de zalm is.

Een voordeel voor mij was natuurlijk dat ik al een goed begrip had van wat bepaalde technieken op een breimachine precies inhouden.

Onderdelen en accessoires zijn nog vrij gemakkelijk verkrijgbaar.

Ondanks dat ze loodzwaar zijn en een tikkeltje eigenzinnig, zijn het blijvertjes.

Het verschil tussen de Duomatic en de E6000 zit vooral in de manier waarop de naalden voor patroonbreien geselecteerd worden.

De Duomatic is mechanisch. Het patroonbreien gebeurt door handmatige selectie. Dat klinkt beperkt, maar dat is het niet. Door het ingenieuze systeem van de naaldgidsen en de knoppen op de machine kan je zonder al te veel handmatige selectie toch ingewikkelde patronen breien. Bovendien bestaat er ook een Deco-apparaat met voorgeponste kaarten.

De E6000 is een elektronische machine waarbij het patroonbreien reeds is ingeprogrammeerd. De machine vertelt je ook precies wat je moet doen bij elke rij. Ze kwam met een hele dikke map met de verschillende patroonmogelijkheden.

Daar moet ik nog veel dieper in duiken, want het is gigantisch wat deze machine kan.


Passap F200

De Passap F200 is een enkelbedmachine uit de Passap-lijn met een naaldafstand van 4,5 mm.

Ze lijkt helemaal niet op haar grotere broers en is veel eenvoudiger in gebruik. Ze heeft geen opzetkammen of gewichten.

Je kan twee kleuren inrijgen in de machine en vervolgens eenvoudig selecteren welke kleur je gebruikt. Daarnaast kan ze automatisch naalden selecteren over een patroon van vier naalden.

Enkele unieke eigenschappen die ik nog niet bij andere machines zag.

Je ziet deze machines niet vaak en er is ook niet veel informatie over te vinden. Het is eerder een curiositeit, en net daarom hou ik ze nog even bij.


Silver Reed LK150

De LK150 is een tussenbreier met een naaldafstand van 6,5 mm.

Dit is een van de meest toegankelijke machines die er zijn. Ze is eenvoudig te gebruiken en werkt goed met veel soorten handbreigaren.

Ik gebruik deze machine vaak voor dikker garen en voor rechttoe-rechtaan tricotbreien of het breien van een eenvoudig motiefje. Patroonbreien gebeurt door handmatig de naalden te selecteren.

De machine is gemaakt uit plastic en daardoor erg licht, wat ze gemakkelijk maakt om te verplaatsen of mee te nemen.


Brother HK160 + KR160

De HK160 is een moderne reproductie van een Brother 230, maar met een naaldafstand van 6,5 mm (opnieuw net iets anders dan de LK150).

Het is een metalen machine en voelt daardoor robuuster en kwalitatiever aan dan de LK150.

Samen met het KR160 onderbed kan er ook dubbelbedbreiwerk mee gemaakt worden.

Patroonbreien gebeurt door handmatige selectie.


BigPhil

De BigPhil is een plastic breimachine die ontworpen werd voor zeer dik garen. De naaldafstand is 9 mm.

Dit maakt ze ideaal voor:

  • dikke winterbreisels
  • experimenten met zeer volumineus garen
  • projecten die op gewone machines moeilijk of niet gaan
  • handgesponnen garen

Het is een zeer eenvoudige machine waarbij je het garen handmatig over de naalden legt.

Het is handig om deze machine te hebben omdat ze niet zwaar is en weinig plaats inneemt. Omdat ik maar zelden met zo’n dik garen brei, volstaat deze machine voor mij.


Waarom ik zoveel verschillende breimachines heb

Elke breimachine heeft zijn eigen sterke punten.

De belangrijkste verschillen tussen machines zijn:

  • naaldafstand
  • gewicht
  • mechanisch systeem
  • patroonmogelijkheden
  • welk garen goed werkt

Door meerdere machines te hebben kan ik met een veel breder scala aan garens en technieken werken.


Tot slot

Hoewel ik meerdere machines bezit, betekent dat niet dat ik ze allemaal even vaak gebruik. Sommige machines zijn echte werkpaarden (Brother en Phildar), terwijl andere vooral interessant zijn om hun specifieke mogelijkheden of hun plaats in de geschiedenis van breimachines.

Maar één ding hebben ze allemaal gemeen: ze maken het mogelijk om op een heel andere manier te breien dan met de hand — wat mij trouwens nog steeds niet echt goed lukt.



Door admin

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *